Mag een kind zich nog boos voelen?

vrijdag 20 september 2013

Mag een kind nog voelen wat het voelt?

Er is veel te doen over pesten. Pesten op school, in de buurt, zelfs pesten op de werkvloer. We kunnen van alles bedenken om het tegen te gaan. Maar kunnen problemen worden opgelost op het niveau waar ze ontstaan? Einstein zei het al: “Onze werkelijke problemen kunnen niet worden opgelost op hetzelfde niveau van denken waarop we ze hebben gecreëerd.”
Problemen kunnen  veranderen als we ruimer worden.
In deze blog lees je meer over pesten en leren en mogen voelen. Ook een uitnodiging om anders om te gaan met gevoelens zoals boosheid...

Ik nodig je uit, als een kind zich verdrietig voelt, zeg dan gewoon eens ‘Je voelt je verdrietig hè?’ Probeer het eens uit, kom niet meteen met een oplossing. Bevestig gewoon wat je ziet. Je geeft het daarmee ruimte voor wat er is, aan wat het kind op dat moment voelt.

En een volgende keer als een kind boos is.. Zeg eens: ‘Ik zie dat je boos bent’ of ‘je bent boos hè?’. Het klopt toch, het is toch ook wat je ziet? Zeg daarom eens alleen wat je ziet, en doe verder niets.

Het kind zal zich bevestigd voelen in wat hij voelt. Dat wil niet altijd zeggen dat het kan krijgen wat het wil. Maar mag het kind gewoon boos zijn? Als je erkent wat je ziet dan geef je ruimte en als je ruimte krijgt om te voelen wat er is, hoef je niet te verkrampen. Ook hoeft het kind zijn frustraties niet later te uiten in agressie of pesten naar de ander. Als je boosheid er mag zijn dan voel je je kracht, je passie, je vuur.
 

Niet voelen doet verkrampen

Als je iets moet inhouden dan ga je verkrampen. Spieren spannen zich aan, je houdt de adem in, iets mag er niet zijn. Het is iets wat je voelt, over je waarheid van dat moment. Het kind voelt iets, wil iets, mag het niet, voelt zich daar verdrietig over en het mag zich niet zo voelen. Het mag zich niet teleurgesteld voelen en het mag ook niet boos zijn. Het kind wordt niet gezien en gehoord en houdt zich dan in, het past zich aan, aan wat de omgeving van hem of haar verwacht.

Al dat inhouden doet je lichaam en geest verkrampen. Je ervaart minder ruimte. Het lichaam neemt een houdiing aan en telkens wanneer je in een situatie komt waarin dat inhouden wordt getriggerd, reageer je vanuit dat oude patroon. Er komt een moment dat het gehoord en gezien wil worden. Het uit zich in stress, lichamelijke en geestelijke klachten en ook in gedrag als pesten. Op jonge leeftijd, in de latere jeugd en zelfs als volwassenen hebben we te maken met oude pijn van ons moeten aanpassen en inhouden. Omdat we vaak zelf niet meer bewust zijn van wat we moesten inhouden kunnen we niet altijd de relatie leggen met deze oude patronen. We kunnen het niet bedenken met ons hoofd en ook niet oplossen met ons hoofd!
 

Bevestigen en erkennen

Bevestigen en erkennen in wat je voelt doet je raken. Je voelt je gezien en gehoord in waar je nu bent, met wat je nu voelt en kan daar uiting aan geven. De mate waarin en ‘hoe’ we geraakt zijn en ook aangeraakt zijn in ons leven, is van invloed op onze ontwikkeling. We leren voelen, ontdekken, ons veilig voelen. We worden door voelen en mogen voelen aangemoedigd nieuwsgierig te zijn naar het leven. Door het gezien en bevestigd worden in wat we voelen, leren we ons zelf kennen.

Als je als kind de wereld gaat ontdekken en dingen gaat willen, ontwikkel je een ‘ik’. Velen van ons hebben geleerd ‘niet te mogen willen’. En als we ons verdrietig voelden, mochten we dat dan helemaal laten zien? En mocht jij boos zijn?

We hebben een aanraking nodig in de troost, in het leren verdrietig te mogen zijn. Als een verdrietig kind dicht bij zijn natuurlijke aard staat, zal het zeggen: ‘Wacht nog even met troosten, ik ben nog niet klaar met huilen’.
En als een kind zich boos mag voelen kan het zichzelf leren kennen in zijn kracht zonder de ander te beschadigen.

Ik ben benieuwd naar jouw ervaring als je een volgende keer het kind bevestigt in wat je ziet. En misschien doe je het al, voel je welkom het met me te delen.

Hierna meer over het verband uit tussen de waarde van bevestigen, erkennen en hoe bewust worden van voelen en het eigen lichaam daarbij helpt.

Bevestigen wat we zien, waarom doen we dat niet gewoon? Vaak liggen daar onze eigen gevoeligheden aan ten grondslag!

Het klinkt eenvoudig. Het kind spiegelen in wat het voelt. Maar laten we eerlijk zijn, doen we het ook? Vaak vinden we het gewoon lastig. Lastig om met emoties zoals de boosheid van een kind, om te gaan.  We denken bijvoorbeeld ‘als ik dit toesta, dan zal hij of zij een volgende keer……’ of ‘ik moet zo nog boodschappen doen….’ of ‘wat zullen de anderen wel niet zeggen… ‘ of 'over 10 minuten is de les afgelopen en we moeten nog iets afmaken' of '…..'
Maar wiens last is het? Is het kind lastig? Of vinden wij het lastig om met de gevoelens van het kind om te gaan..?? Maar al te vaak ervaren we ongemak. En we zijn met onze gedachten al verder dan dat moment.

Een kind dat aandacht vraagt betekent niets anders dan: ‘bevestig me in wat ik voel. Laat me geraakt en aangeraakt worden in waar ik nu ben.’ Je zult versteld kunnen staan wat er kan gebeuren, als je het kind bevestigt in wat hij of zij voelt, ook als het boos is.

Het is daarbij wel van belang dat je ‘blijft’. Blijven betekent dat je niet naar je hoofd gaat en er geen oordeel over hebt. Je bent bereid om te blijven zien wat je ziet, voelen en laten voelen. Als je hoofd zich er mee gaat bemoeien dan ga je erover nadenken. Dat denken  zal in de meeste gevallen gaan over het moment daarvoor of over het moment daarna.

Denken gaat in de meeste gevallen over de toekomst en is gebaseerd op het verleden. Het denken komt vaak op als je wordt geraakt in je eigen gevoel, of als je verwacht je wat ongemakkelijk te kunnen gaan voelen. Je gaat daar liever van weg en het denken neemt het over.
Dus als je aansluit bij waar het kind is, wil je dan ook eens opmerken wat het met jou doet? Wat is er te voelen in jou?

Misschien komt er nu van alles in je op aan weerstand. Kan het kloppen dat je bijvoorbeeld nu denkt ‘…. Pff… daar heb ik geen tijd voor hoor… Hoe lang kan het dan wel niet duren, voordat het verdrietig of boos zijn over is’.
Of iets wat daar op lijkt? Is er zo’n soort gedachte?
Kun je zien dat het een gedachte is? Je bent bezig met het resultaat, over hoe iets zou moeten zijn, met toekomst.

Natuurlijk, het is niet altijd een goede gelegenheid, soms kan het gewoon niet. Maar toch.. probeer het eens, zelfs in een winkel, zelfs als je naar een afspraak moet, zelfs als de klas onrustig is. Geef ruimte aan dat moment en laat je verrassen.

En anders, probeer het als het een betere gelegenheid is voor jou, als het jou past. Als je voor jouw gevoel ruimte en tijd hebt of tijd kunt maken. Dan kun je jezelf wat minder ongemakkelijk voelen. Je geeft dan ruimte aan wat voor jou van belang is op dat moment.
 

We zijn allemaal kind geweest

Ik heb het voorbeeld van een kind genomen omdat we allemaal kind zijn geweest. Wie is er helemaal bevestigd in wat hij voelde? Ik denk niemand. Ook onze ouders niet, ook hun ouders niet. En kunnen wij onze kinderen of de kinderen in onze omgeving, in onze klas, helemaal bevestigen in wat ze voelen? We kunnen het wel leren en proberen. Waarom? Omdat we daarmee ook onszelf helpen!

Als ik in de klas in de lessen 'Ik Jij Wij Samen' mijn eigen ongemak tegenkom dan betekent dat vaak niets anders dan dat ik niet aansluit bij waar het kind of de groep is op dat moment. Een paar jongens waren continu elkaar aan het klieren en verstoorden daarmee de oefening, één ervan was een soort leider daarin. De rest van de groep had er last van. Ik heb gezocht naar hoe ik er mee om kon gaan en toen ik aansloot bij waar de knapen waren kon er iets gaan veranderen. Ik ging naar één van de jongens toe, porde hem wat in zijn zij, en zei tegen hem: 'je wilt gewoon wat stoeien he'? Er ging wat open. In een latere les heeft deze zelfde jongen zelfs een spel geleid waar iedereen met enthousiasme aan mee deed.

Een ander moment was er onrust omdat het de groep niet lukte in een kring te gaan zitten, op een dusdanige afstand van elkaar dat ze elkaar allemaal konden zien. Ik heb de groep uitgenodigd het samen op te lossen: hoe kan ieder zo zitten dat het voor jou fijn voelt, op een afstand van je buurman of buurvrouw die goed voelt en dat we toch elkaar kunnen blijven zien en horen. Er ontstond meteen ruimte, letterlijk en figuurlijk. De groep  ging in gesprek en we vonden een setting waarin iedereen tevreden was.

We hebben ons allemaal vanaf de kindertijd  vaak moeten aanpassen aan wat de omgeving van ons verwacht. We hebben daarmee geleerd onszelf in te houden. Of we hebben geleerd om dat wat we echt voelden of wilden, niet in de wereld te brengen, het niet te doen of het alleen te doen. Dat aanpassen is gebeurd in hele kleine dingen en in grootse omstandigheden. Klein of groots, het betekent niets anders dan dat we onze levendigheid hebben moeten terughouden. 
 

Gevoel en verstand

Fysieke of psychische problemen en klachten worden niet opgelost op het niveau waar ze ontstaan, maar ze kunnen veranderen als we ruimer worden.

Problemen zoals pestgedrag zijn openingen naar een dieper en meer essentieel niveau. We kunnen het beschouwen als reacties op iets wat ingehouden moest worden. Op die manier bekeken, zijn de reacties op het verleden een ingang naar het hier en nu. Ze worden niet opgelost op het niveau van denken waarop we ze hebben gecreëerd.

Zo zie je hoe acties en reacties met elkaar te maken hebben, en hoe ze verwikkeld zijn met gevoel en verstand. En ook hoe ze verwikkeld kunnen raken in je eigen voelen en denken en het voelen en denken van een ander. Wanneer en hoe speelt gemak en ongemak een rol? Is voelen verstandig? En hoe weet je of het gevoel of verstand is, dat bepaalt wat je doet, wat je kiest, hoe je reageert? 

Om tot meer inzicht en verbinding te komen tussen voelen en denken is het van belang jezelf de ruimte te geven. Ruimte geven aan wat je voelt, zonder oordeel. Dan kom je vanzelf tevoorschijn!

Als we dat onze kinderen nou eens leerden? Dat ze ruimte mogen geven aan wat ze voelen?
Dat begint wel bij ons! Wij hebben ze ruimte te geven. Die ruimte begint in onszelf. We zijn daarin ons eigen instrument.

Mogen wij als volwassenen voelen?

Het aanpassen en inhouden betekent dat we onze levendigheid moesten terughouden. Levendigheid is je natuurljke spontaniteit, authenticiteit en vitaliteit. Als je je moet inhouden span je onbewust spieren aan en je wordt minder bewegelijk in bepaalde gebieden.

Als we alsnog aandacht geven aan ons voelen kunnen gebieden in het lichaam die onbewust bleven weer levendig worden, je gaat daardoor meer voelen. Je geeft daarmee meer ruimte aan jezelf, aan wie je bent.

Toen ik laatst mijn dochter hielp met haar huiswerk merkte ze dat er iets veranderde. Ze keek me aan en vroeg: 'wat is er?' Ze vroeg het iets beschaamd, alsof het met haar te maken had. Ik antwoordde haar dat het me niet snel genoeg ging, dat ik wat ongeduldig werd. Dat raakte haar, ze pinkte een traan weg en verstopte zich wat achter haar haren. Ik kon snel opmerken wat er gebeurde en zei haar dat het mijn eigen ongeduld was en dat het niets met haar te maken had. Dat het mijn ding was. Ik heb haar gevraagd om mijn ongeduld bij mij te laten en haar ook verteld dat doordat ik het kon voelen en benoemen er meteen iets veranderde. Ik was daarvoor minder aanwezig om haar te helpen. En dat voelde ze! Ik verkrampte in mijn eigen voelen en ging wat wiebelen. Ik kon er minder voor haar zijn. Als ik daar niet opmerkzaam op zou kunnen zijn, als ik me niet bewust zou zijn van mijn eigen voelen en gedrag dan zou ik verder zijn afgedwaald en had mijn dochter zich zeer waarschijnlijk opgejaagd gevoeld. Toen ik haar vroeg of er bij haar gevoelens kwamen van 'ik doe het niet goed' of 'ik kan het niet goed genoeg' of 'ik ben niet snel genoeg' bevestigde ze dat ook. We zouden verder verwikkeld zijn in elkaars denken en gedrag en ook verwijderd zijn geraakt van elkaar! In plaats daarvan ontstond er ruimte voor voelen, een mooi gesprek en meer verbinding!

Ik voel me dankbaar dat ik geleerd heb weer te mogen voelen. Het ongeduld had helemaal niks met mijn dochter te maken. Het is mijn ongeduld, MIJN gevoel en is gerelateerd aan heel andere lagen. Ik vind het juist heel fijn haar te kunnen en mogen ondersteunen. Ik wou dat ik dat vroeger ook meer had durven vragen!

Bewust worden wat jij en wat de ander voelt en denkt

Voel je interesse om op andere manier om te gaan met problemen zoals pesten? In het lesprogramma en teamscholing 'Ik Jij Wij Samen' is er ruimte voor ontdekken in 'wat ik voel en denk en wat de ander voelt en denkt'. Er wordt spelenderwijs gebouwd aan zelfvertrouwen. Het leidt er naar dat de groep meer verbinding gaat voelen met elkaar. Dat draagt bij aan vermindering en voorkoming van pestgedrag! 

Ook in de vormen van coaching, training en bijscholing gaat de aandacht uit naar hoe je dichter bij jezelf en elkaar komt, door meer te voelen en anders te leren communiceren.

Meer informatie over 'Ik Jij Wij Samen' en de andere diensten lees je op deze pagina.

terug naar overzicht